Botanische tuin Jochum Hof
De Botanische tuin kent een lange geschiedenis. De oudste delen van de tuin stammen al uit 1799, toen op de plaats van de huidige botanische tuin een kapitaal landhuis stond. In 1933 startte de enthousiaste
Pater Peter Jochum een botanische tuin om het biologieonderwijs aan het klooster te ondersteunen. Vanuit alle werelddelen brachten missionarissen plantenzaden naar Steyl voor de tuin van Jochum. Diverse deeltuinen stammen nog uit deze perioden. Waar de Pater begon met zaadjes staan nu kolossale bomen, waaronder de mammoetboom. In latere perioden werd de tuin uitgebreid met kruidentuin, heemtuin en een mediterrane kas.
Tiglientuin Landhuistuin Geurtuin
Rotstuin Mediterrane Kas Heemtuin
Kruidentuin
De geschiedenis van de botanische tuin
De Botanische tuin in Steyl kent een lange geschiedenis. Het oudste deel van de tuin stamt al uit 1799, uit de tijd dat hier een kapitaal landhuis stond. In 1889 werd dit landhuis gekocht door Arnoldus Janssen, de stichter van het kloosterdorp Steyl. Het oude landhuis werd verbouwd en fungeerde tot ver in de twintigste eeuw als priesteropleiding. In de achtertuin van dit 'Gezellenhuis ' startte pater Peter Jochum in 1933 een botanische tuin om het biologieonderwijs op de priesteropleiding te ondersteunen. In 1971 wordt het werk van Pater Jochum overgenomen door een Stichting, en wordt de tuin naar de Pater vernoemd. In 1973 worden de heemtuin en de kruidentuin aangelegd. In 1978 volgt de Tiglientuin. Tot op de dag van vandaag zorgt Stichting Botanische tuin Jochum Hof met een grote groep vrijwilligers uit de omgeving voor de verschillende deeltuinen.
Achtergrond bij tiglientuin (
terug)
De collectie vondsten uit het Tiglien 2,4 tot 1,8 miljoen jaar geleden heerste hier een vochtig klimaat en was sprake van een weelderige begroeiing en een bonte verzameling diersoorten. Neushoorns, mammoeten en apen bevolkten hier de bossen. In die periode vormde zich de beroemde Tegelse Klei. Sinds de Romeinse tijd wordt deze klei gewonnen voor keramische toepassingen. Niet voor niets gaven de Romeinen Tegelen haar naam 'Tegula ' (dakpan). In de kleigroeves in en om tegelen werden vele fossielen gevonden uit het Tiglien. Een deel van die collectie is in bezit van Jochum Hof en bij ons te zien.
Tegelse klei
Bij Tegelen in Limburg werd vanaf de Romeinse Tijd tot voor kort klei gewonnen. "De Tegelse klei" werd voor grof keramiek gebruikt. In de hoogtijdagen van de winning werden er wel 60 miljoen dakpannen per jaar gebakken. Niet voor niets gaven de romeinen de naam tiglia (dakpan) aan wat nu Tegelen heet. In de Tegelse klei werden vele bijzondere fossielen gevonden. In Tegelen zijn deze kleilagen zo goed bestudeerd dat het geologische tijdvak naar Tegelen is vernoemd; het Tiglien.
Het Tiglien
De Tegelse klei is 1,5 á 2 miljoen jaar geleden afgezet in een rivierengebied waar nog geen mensen leefden. Het klimaat van toen was vergelijkbaar met ons klimaat. Toch leefden er hele andere dieren en planten dan nu. In de Tegelse klei zijn fossielen gevonden van stekelvarken, paard, beer, buffels, hyena's, apen en een zeer grote hertensoort, het Tegels Hert. Ook de plantenwereld was exotischer; rubberbomen, spaanse aak, vleugelnoot en cypressen. Het Tiglien eindigde omdat het klimaat veranderde en het kouder werd. Dat verklaart ook waarom er toen, in hetzelfde klimaat als nu, veel meer exotische planten- en diersoorten leefden. Deze soorten waren het resultaat van de ervoor liggende warme periode. Door een aantal opeenvoldende koude perioden, inclusief ijstijden, hebben de exotische dieren en planten het hier niet gered. Als het klimaat weer warmer wordt, kunnen talloze van deze exotische soorten (voorzover ze op de wereld nog bestaan) weer in ons land leven. Dat bewijst de Tiglientuin!
De Tiglientuin
In 1907 onderzocht het biologenechtpaar Reid de tiglien fossielen uit kleigroeven. Zij vergeleken de planten en bomen van 2,4 - 1,8 miljoen jaar geleden met de huidige flora in de wereld. Reid maakte een overzicht van alle plantensoorten die in het Tiglien voorkwamen en nu nog bestaan. Deze lijst van 120 soorten vormde de basis voor de Tiglientuin. Vanuit de hele wereld zijn planten en zaden aangevoerd om een plantencollectie uit het Tiglien te vormen. Groot voordeel was dat het klimaat van het Tiglien vergelijkbaar is met het huidige klimaat. De soorten die hier te vinden zijn zijn o.a. winterlinde, pimpernoot, hulst en Vleugelnoot.
De landhuistuin (
terug)
Het oudste deel van de tuin. Ooit onderdeel van het landhuis de Rijk, later omgevormd tot tuin van het St. Michaelklooster. De landhuistuin heeft sindsdien een andere padenstructuur en wordt ook wel het paterspark genoemd. Dit deel van de tuin is ommuurd met oude kloostermuren. We vinden er een wagenschuur uit begin 1800 en veel monumentale oude bomen, zoals de reusachtige tulpenboom, de Hollandse Linde en een enorme witte paardenkastanje.
De Wagenschuur
Op het terrein van de botanische tuin ligt een monumentale wagenschuur dat evenals de tuin nog dateert uit de tijd dat hier het grote landhuis van de familie de Rijk stond. De oorspronkelijke wagenschuur (gebouwd tussen 1804 en 1819) had een open voorgevel. Vier boogvormige openingen waren bedoeld als stalling voor wagens. In de kloosterperiode maakte de wagenschuur deel uit van het Gezellenhuis en werd het diverse malen ingrijpend verbouwd. De wagenschuur verkeert momenteel in slechte staat. De huidige eigenaren van Jochum Hof zijn op zoek naar fondsen om de wagenschuur te herstellen. Het onderzoek dat Bart Klück in 2003 verrichte naar de historie van de wagenschuur dient hierbij als uitgangspunt.
Het landhuis de Rijk
Voordat Steyl een kloosterdorp werd was het lange tijd een belangrijke overslagplaats voor mergel. Vanuit de oude Maashaven van Tegelen, die ten zuiden van de Jochum Hof lag werd de mergel vanuit de boot op de trein geladen. Steyl werd door deze ligging een echt koopmansdorp. Handelslieden vergaarden hier veel geld en lieten kapitale huizen bouwen. Een deel van de Jochumhof ligt op het oude landgoed van de koopmansfamilie de Rijk, die hier een prachtig landhuis lieten bouwen. Het landhuis de Rijk werd gebouwd in 1799, het lag op de plek van het huidige woonwijkje sequoiahof. Dit gebouw werd in 1889 gekocht door Arnoldus Janssen en verbouwd tot klooster. Dit 'gezellenhuis' werd in 1984 gesloopt en verscheen het 'sequoiahof'. Het enige dat aan het landhuis herinnert zijn monumentale bomen en de oude wagenschuur.
De Rotstuin (
terug)
Hier begon Pater Jochum zijn botanische tuin. Met stenen uit de Tegelse kleigroeves en planten uit Zuid-Duitsland en Noord-Italie startte hij de aanleg van een tuin om studenten op de priesteropleiding plantkunde bij te brengen. Later kwamen er ook planten uit andere werelddelen in dit tuingedeelte terecht. Sinds 1934 hebben geen ingrijpende wijzingen meer plaatsgevonden. De padenstructuur is hetzelfde gebleven en vrijwel alle bomen en heesters van destijds staan er nog, waaronder de Storaxboom, de Dwergmispel, de Levensboom, Bergden, Spaanse Zilverspar en japanse Notenboom. De behouden klassieke opzet van deze botanische verzameling, inclusief alle bordjes met plantensoorten maken het een bijzonder tafereel.
De mediterrane kas (
terug)
In 1962 wordt de kas, die bij de voormalige boerderij stond, bij de tuin betrokken. De kas was ooit bedoeld voor het kweken van groenten voor het klooster, maar werd later ingericht met tropische en subtropische planten. De overstromingen van 1993 en 1995 hebben de oude plantencollecties vernield en sindsdien is het een mediterrane kas met bijzondere soorten als een (grote !) zuilcactus, bolcactus en succulenten.
De heemtuin (
terug)
De heemtuin is een soort madurodam van het Noord-limburgse Landschap. Hier vinden we op een geringe oppervlakte alle typen landschappen die u in Noord-Limburg kan aantreffen. Een veengebied, stuifzand, orchideeënrijke grasland, oeverwal, oude Maasmeander, heidelandschap en akker; het ligt hier allemaal. Een bijzondere introductie op landschappen en plantensoorten die u tijden fiets- en wandeltochten kan zien en een ideale plek om uw plantenkennis bij te spijkeren.
De kruidentuin (
terug)
Vroeger kweekten kloosters alle groenten én kruiden zelf. Onze kruidentuin is gebaseerd op deze oude klooster-kruidentuinen. De kruidentuin ligt in het oude paterspark., tegenover het oude koetshuis en temidden van de kloostergebouwen, omringd door de oude kloostermuur. Hier vindt u onder andere medicinale kruiden, keukenkruiden en uiensoorten.
Pater Peter Jochum (
terug)
Pater Jochum werd geboren in 1890 in Schiffweiler, in de Eifel. In 1926 komt hij naar Steyl om les te geven aan de priesteropleiding. Hij doceerde verschillende vakken, waaronder biologie. Vanaf 1933 begint hij samen met studenten aan de aanleg van de botanische tuin. De eerste tuin die hij maakte was de alpentuin. Pater Jochum leefde tot 1979 en is begraven op de begraafplaats van het klooster